Geschiedenis
Op 18 januari 1950 werd, enkele jaren na de oprichting van de landelijke vereniging COC, de afdeling COC Utrecht in het leven geroepen. De eerste bijeenkomst vond plaats in een zaal van het N.V. Huis te Utrecht, in aanwezigheid van Niek Engelschman (beter bekend als Bob Angelo), toenmalig voorzitter van het landelijk COC. De eerste Utrechtse voorzitter was Joop Damen Sterck. Medebestuursleden waren Sonja Witstein, Chris de Rijk en Bram Verhaar. Bij deze openingsbijeenkomst waren maar liefst 70 personen aanwezig!
Het COC is ontstaan in een tijd dat homoseksualiteit in Nederland nog een zeer groot taboe was, en alle activiteiten moesten ook in het grootste geheim plaatsvinden. Vandaar dat ook een neutrale naam voor de vereniging werd gekozen: Cultureel Ontspannings Centrum ofwel COC.
In de werfkelder van Ina Boudier-Bakker aan de Oudegracht 333 te Utrecht werd wekelijks samengekomen; heel sober ingericht, maar men was al blij dat men elkaar ergens binnen kon treffen. De meeste leden hadden schuilnamen en verkregen toegang middels een ledenkaart: deze kaart vermeldde geen naam, maar bijvoorbeeld D-13, leeftijd, kleur haar, lengte en m/v.
Het dansen van twee mannen met elkaar (vrouwen bleek geen probleem) was ten strengste verboden, maar het gebeurde wel in besloten kring. Groot was de vreugde bij Justitie toen men dit eens ontdekte en een proces-verbaal kon worden opgemaakt, waarbij de officier van Justitie zijn uiterste best deed om zoveel mogelijk namen te verkrijgen. Zijn "feestje" werd echter een sof toen de advocaat van het COC erbij werd betrokken en de zaak werd geseponeerd.
Deze affaire betekende echter wel het einde van het kelderonderkomen, een gedemotiveerd bestuur van de vereniging en leden die liever wegbleven. Het bestuur wisselde en een lange periode van zeer wisselende onderkomens volgde; weinig geld, een troosteloos gesleep met de koffieketel, kopjes en glazen, de platenspeler, wat allemaal met de fiets heen en weer werd gesjouwd.
Wanneer er geen plek gevonden werd moest men uitwijken naar een huiskamerbijeenkomst, wat strikt privé was en buiten de bemoeienis van de zedenpolitie viel. Elkaar treffen, muziek maken, sjoelen, een spreker over een relevant onderwerp, wat dansen, maar beslist géén toestanden.
In 1966 werd een vaste ruimte verkregen in de werfkelder aan de Nieuwegracht op nummer 28. Deze kelder werd ingericht als sociëteitsruimte en eindelijk kreeg men de wind mee met een café-ontheffing en een dansverlof (met dank aan adj. de Boer van de Utrechtse zedenpolitie). Het zorgde voor een grote bloei met zo'n 100 à 140 mensen op hoogtijdagen!
Vanwege de aankoop van een eigen pand door de (aan het landelijk COC verbonden) Albrechtstichting konden de activiteiten in 1978 worden verlegd naar de Oudegracht 221 in Utrecht. Boven de grond nog wel! Weg achterruimtengedoe en donkere werfkelders, wat tot dan toe ons lot was.
Subsidies bestonden niet; betaalde krachten evenmin. Vrijwilligers zorgden ervoor dat het COC Utrecht kon blijven bestaan, wat gelukkig goed lukte: dankzij hen is er veel vooruitgang geboekt en is COC Midden-Nederland kunnen uitgroeien tot wat het nu is.
Met dank aan Dhr. Drabbe, erelid van het COC.